Weekend!

Mijn weekend begon vrijdagochtend.

Ondanks de NS was ik ruim op tijd op kantoor en terwijl er allerlei dingen hun draaiende rondje of zandlopertjes deden, logde ik even in op facebook. Bericht van mijn neefje.

“Ome ries ik heb heel vervelend nieuws gehad. Maar het biljarten gaat dat vanavond nog door? Ik wil het wel.”

Geen idee wat hij bedoelde dus ik keek even verder. Binnen een minuut snapte ik het. Er was iets gebeurd. Iets heel ergs.

Omdat ik rond 10 uur constateerde dat ik geraakt was door dit nieuws en de chat met neefje niet kon los kon laten, liet ik mijn collega’s weten dat ik er niet helemaal bij was. En of ik vrij kon nemen om naar mijn familie te gaan. Uiteraard mocht ik dat van mijn collega’s.

In Nijmegen aangekomen trof ik mij neefje thuis aan. Helemaal alleen. Ik heb ‘m laten praten en praten en praten.

Het verhaal wat ik te horen kreeg is ongelofelijk. Wat een impact moet dat op die jongen hebben gehad. Maar goed. Ik moest nog eten en mijn spullen naar huis brengen. Dus dat heb ik gedaan. Daarna weer terug om hem op te halen voor het biljarten.

Ik heb een goeie band met mijn schoonzus, maar nooit eerder heeft ze 5 minuten huilend op mijn schouder in mijn armen gehangen. Mijn broertje is net als ik. Net doen of er niks aan de hand is en als er wel wat is dan zien we wel weer verder. Maar toch zag en voelde ik zijn verdriet.

Mijn broertje was op een feestje en verstond de naam verkeerd toen hij het te horen kreeg. Hij dacht dat het z’n zoon was. Mijn neefje vertelde me hoe aangedaan hij was toen hij de deur opendeed voor zijn aangestormde vader en hoe die neerging toen hij zag dat neefje de deur open deed.

Vandaag ging weer even langs. Ik belde aan maar er werd niet opengedaan. Omdat ik nodig moest plassen en omdat ik de sleutel heb, ben in naar binnen gegaan. Na het plassen zag ik mijn nichtje op de bank liggen. Ze sliep. Diep hard en mooi. Ze zal het wel nodig hebben gehad.

Wat een onbegrijpelijk stukkie moet dit voor jullie zijn.

Maar goed. Ik ga morgen weer werken, hopelijk kan ik later deze week een dag vrij krijgen.

Advertenties

Misschien wel deel 1 van een serie.

“Goedemiddag, bouwbedrijf Huppeldepup, met de telefoniste.”

“Goedemiddag, SD Worx, met Richard Heuveling. Ik bel voor meneer Huppeldepup.”

“Meneer Huppeldepup is de rest van de week niet meer aanwezig. Kan ik een boodschap aannemen of belt u volgende week zelf nog een keer?”

“Vreemd. Ik heb net een mail gehad van meneer Huppeldepup dus ik dacht dat hij er wel was. Werkt hij misschien thuis? Heeft u een direct nummer voor me?”

“Ehm” stotterdestotter “Meneer Huppeldepup is bezig met de loonverwerking en wil daarom niet gestoord worden.”

“Daarover bel ik dus. De loonverwerking. Ik denk dat je het toch even moet proberen. Anders wordt hij misschien echt wel gestoord. Hahahaha!”

“U wilt meneer Huppeldepup aan de lijn vanwege de loonverwerking?”

“Ja.”

“Onze loonverwerking?”

Hier komt een verbeterpunt voor mijn communicatieve vaardigheden. Ik viel bijna een seconde stil voordat ik antwoordde. Maar gelukkig wist ik wel het goeie antwoord.

“Ja, jullie loonverwerking.”

 

Verwarde man.

Op het perron van station Almere Muziekwijk kun je alleen maar komen als je een pasje hebt, over het poortje klimt of achter iemand aan glipt.

Ik zag ‘m al voor ik door het poortje ging. Blote voeten. Continu één hand nodig om z’n broek op te houden want hij had geen broekriem om aan te halen. “Somaliër”. Toen hij niet meer in de weg liep kon ik er eindelijk door met mijn pasje.

In de trein zag ik ‘m weer. Hij liep heen en weer en ging soms even naast iemand zitten. Omdat niemand dat leuk vond stond hij dan weer op om daarna weer verder te dwalen.

Toen hij voor de zoveelste keer langskwam wees ik naar hem. “Kom es hier zitten?” klopte ik met mijn andere hand op de zitplaats naast me.

Hij kwam naast me zitten. Ik kon ‘m niet verstaan en hij stonk.

Na een minuut of 10 kwam de conducteur en vroeg me of hij z’n broek op ongepaste wijze omlaag had laten zakken of anderszins exhibitionistisch bezig was geweest.

“Voor zover ik heb kunnen zien niet” antwoordde ik naar eer en geweten. “Nou, toen ‘ie naast mij zat was ‘ie echt geen Kalashnikov aan het doorladen hoor” zei een blonde dame met Amsterdamse tongval.

Op station Naarden-Bussum heeft de conducteur hem eruit gezet. Hij moest naar Weesp namelijk.

De leven is kut.

Er gaat iemand dood. Een oud klasgenoot, kroeggenoot en stadiongenoot. Een soort vriend. Zo’n vriend waarmee je als 17 jarige stoned op Oost voor zes gulden naar een potje voetbal ging staan kijken.

Nu is hij 43 en zo ziek dat hij botten breekt zodra je ‘m aanraakt. Vanavond gaat hij onder de facebookpost over z’n leven op “Vind ik niet meer leuk” klikken.

11855617_1650049711907374_8710001179552911557_n

 

 

5 euro.

Mijn functie op het werk is (door middel van zoveel mogelijk te weten over het product wat we maken, of anders de mensen te kennen en te kunnen bereiken die meer weten dan ik, en door een beetje op de hoogte te zijn van wat nou salarisadministratie en HR enzo is) klanten helpen.

Zo overkwam het mij dat ik een klant hielp met een dringend probleem. Omdat de collega’s die ik normaal zou consulteren er niet waren en mijn zelfvertrouwen goed was, lukte het me om iets te doen waar de klant erg blij mee was. Een paar dagen later bleek dat ik oeps een foutje had gemaakt. Een eenvoudig te herstellen foutje. De klant had echter blindelings wat acties uitgevoerd waardoor het opeens een enorm drama leek. Achteraf viel het allemaal mee en is er geen materiële of financiële schade veroorzaakt, hooguit wat hartkloppingen en lichte paniek bij veel meer mensen dan nodig.

Het leverde me mijn allereerste (en tot nu toe enige) schriftelijke waarschuwing op.

Onterecht naar mijn mening, maar het ding zit nog altijd in m’n dossier.

Handelen in de geest van de heilige Customer Service, doen waar je goed in bent en alles uit de kast halen voor wat op dat moment nodig is en vervolgens op je kloten krijgen.

Daarom kon ik wel meeleven met de politieagent die een verdachte van inbraak na twee waarschuwingen keurig uitschakelde door middel van het schieten in een dijbeen. De agent was ter plekke en handelde zo goed als hij kon (2x waarschuwen, vanuit stilstaande positie gericht schieten), maar kreeg uiteindelijk een voorwaardelijke boete en een veroordeling tot het betalen van een schadevergoeding.

Ik ben geen jurist dus of dat terecht is of niet durf ik niet te zeggen. Het zal wel kloppen volgens de wet. Maar ja, zoveel geld betalen (meer dan een netto maandsalaris gok ik) is best kut als je denkt dat je lekker je best hebt gedaan op je werk.

Vandaar dat ik vanuit mijn onderbuik 5 euro heb overgemaakt voor die GeenStijl actie voor die agent.

Zomaar een zaterdagmiddag.

Telefoon.

“Ries, heb je effe tijd?”

Even later zit ik in de bus naar het Waterkwartier. Ik koop een pizza bij de Jumbo en loop daarna via de Roerstraat, Niersstraat, Rijnstraat, Biezenstraat en de Rivierstraat naar de flat op de Kanaalstraat waar het internet het niet meer doet. Onderweg zie ik de verschillen tussen hoe het nu is en hoe het was toe ik er als kind woonde.

Mijn schoonzus blijkt me naar een oud vrouwtje te hebben gelokt die vorige week van provider is gewisseld. Stapels papier met instructies en inloggegeven etc. liggen al klaar.

Eerst alles maar eens losmaken en ontkoppelen. Daarna alles weer 1 voor 1 aansluiten. Daarna nog een keer, maar dan volgens de boekjes. Zoals ik al een keer gedaan had. Vervolgens nog een keer. Instellingen doornemen, dingen weggooien en opnieuw instellen. Maar wat ik ook deed, er kwam geen internetsignaal binnen.

Ik maakte excuses en verwees haar naar haar provider.

“Wat krijg je van me?”

Duh. Niks natuurlijk. Maar een biertje ging er wel in. Zelf nam ze er ook eentje. En een jenevertje erbij. Dus ik ook. Gezellig.

Toen ik vertrok drukte ze een briefje van vijf euro in m’n hand. Die heb ik beneden weer terug in haar brievenbus gegooid.

Daarna dacht ik even langs te gaan bij de aanstichter van deze zaterdagmiddag om te vertellen hoe het was afgelopen. Ze was helaas niet thuis en m’n broertje ook niet. Mijn nichtje was er wel. Die lag lekker op de bank te brakken want ze was gisteren nogal los gegaan. Ze had vandaag nog niet gegeten en honger. Goh, laat ik nou toevallig een pizza bij me hebben. Zo’n ideale anti-kater pizza. Big Chicken BBQ.

Die pizza heb ik klaargemaakt en in stukken gesneden. Op tafel voor haar neus gezet en gezegd dat ‘ie nog te heet was om meteen op te eten.

Nu ben ik thuis en ga ik de was ophangen. Vanavond voetbal kijken met erg prettig gezelschap. En het is nog lekker weer ook.

Straatvoetbal.

Op weg van de Lidl naar huis kwam er opeens een afzwaaier op me af.
Ik kon ‘m lekker aannemen en paste ‘m best goed terug naar de voetballertjes.

Eenmaal overgestoken kwam de bal weer op me af. Dit keer zette ik m’n boodschappentasje op de stoep, nam een huppelend stapje of drie en kopte ‘m met een mooi boogje recht in de handen van de keeper.

Opeens was ik aan het voetballen op het veldje naast de kerk in Neerbosch Oost met de jongens uit de buurt.

Binnen tien minuten lag ik buiten adem op mijn rug.