Bij de scouting.

Halverwege de jaren tachtig (vorige eeuw, vorig millennium) leerde ik onderstaand liedje kennen. Eigenlijk alleen maar de tekst en melodie van nr. 3. We waren mannetjes wiens hormonen gierden als een gierpont op een hoog frequente tsunami.

Eigenlijk waren we nog jongens, maar wel jongens die niet beter wisten dan dat niet al onze vrienden op meisjes vielen. Dus we zongen dit weleens. Net zoals we schunnige heteromoppen tegen elkaar vertelden. Ofzoiets. Weet ik veel. Ieder zijn ding.

Wij hadden vroeger Ruud de Vries. Dat was die man die juwelier was, in het koor zong en verkering had met mannen. Hij is ook weleens Prins Carnaval van de Waoterjokers geweest. Ik had een oom die verkering nam met ome Roel en daar nu nog steeds bij is, ook al kwam hij weleens met modderige schoenen en kleding thuis na een bezoek aan een parkeerplaats waar wel meer mannen graag samen komen.

Wij hadden af en toe een jongen in ons midden waarvan we vrijwel zeker wisten dat die vast niet droomde over ejaculeren over borsten van welk formaat dan ook.

Kortom, allemaal dingen die we normaal begonnen te vinden , of al vonden, of iets later normaal begonnen te vinden.

Allemaal dingen die tegenwoordig in het gedrang lijken te komen. Ik heb wel een vermoeden waardoor, maar ik spreek het niet hardop uit.

Vandaag liep ik door een straat waardoor ik aan dit liedje moest denken. Het is al uit 1916 ofzo, (corpsballen herendispuutding) maar ik zing het nu hardop.

 

  1. Ik en mijn vriendje, wij zijn zo alleen
    Alle mooie jongens lopen om ons heen
    Wij worden niet geaccepteerd
    Wij zijn verkeerd geconjugeerd
    Want ik hou van mijn vriendje
    En mijn vriendje houdt van mij
  2. Ik en mijn vriendje, samen aan de meet
    Samen voor het venster, in onze blote reet
    Dan blijven de mensen wijzend staan
    Maar ach, daar wen je heus wel aan
    Want ik hou van mijn vriendje
    En mijn vriendje houdt van mij
  3. Ga je mee naar boven, ga je mee naar bed
    Onder de wollen dekens hebben we reuze pret
    Vader en moeder zijn niet thuis
    Die zijn allang in ‘t gekkenhuis
    Want ik hou van mijn vriendje
    En mijn vriendje houdt van mij
  4. Ga je mee studeren, ga je mee naar ‘t Corps
    Al die mooie jongens, daar voel ik wel wat voor
    Jan, Piet en Karel en ook nog Kees
    Oh wat een vlees, ja wat een vlees
    Want ik hou van mijn vriendje
    En mijn vriendje houdt van mij

Woensdagavondmail.

Mijn lief ging lopen
langs het kanaal.
Ik mocht mee en luisterde
naar zijn verhaal.

Waar gaat die boot heen
en waar komt hij vandaan?
Lief zag alles aan het vlaggetje
dat het schip voorop had staan.
Nu wil ik ook zo’n vlaggetje.
Zo duidelijk verklarend
waarom ik doe wat ik wil
lekker tegen de stroom opvarend.

Weekend!

Mijn weekend begon vrijdagochtend.

Ondanks de NS was ik ruim op tijd op kantoor en terwijl er allerlei dingen hun draaiende rondje of zandlopertjes deden, logde ik even in op facebook. Bericht van mijn neefje.

“Ome ries ik heb heel vervelend nieuws gehad. Maar het biljarten gaat dat vanavond nog door? Ik wil het wel.”

Geen idee wat hij bedoelde dus ik keek even verder. Binnen een minuut snapte ik het. Er was iets gebeurd. Iets heel ergs.

Omdat ik rond 10 uur constateerde dat ik geraakt was door dit nieuws en de chat met neefje niet kon los kon laten, liet ik mijn collega’s weten dat ik er niet helemaal bij was. En of ik vrij kon nemen om naar mijn familie te gaan. Uiteraard mocht ik dat van mijn collega’s.

In Nijmegen aangekomen trof ik mij neefje thuis aan. Helemaal alleen. Ik heb ‘m laten praten en praten en praten.

Het verhaal wat ik te horen kreeg is ongelofelijk. Wat een impact moet dat op die jongen hebben gehad. Maar goed. Ik moest nog eten en mijn spullen naar huis brengen. Dus dat heb ik gedaan. Daarna weer terug om hem op te halen voor het biljarten.

Ik heb een goeie band met mijn schoonzus, maar nooit eerder heeft ze 5 minuten huilend op mijn schouder in mijn armen gehangen. Mijn broertje is net als ik. Net doen of er niks aan de hand is en als er wel wat is dan zien we wel weer verder. Maar toch zag en voelde ik zijn verdriet.

Mijn broertje was op een feestje en verstond de naam verkeerd toen hij het te horen kreeg. Hij dacht dat het z’n zoon was. Mijn neefje vertelde me hoe aangedaan hij was toen hij de deur opendeed voor zijn aangestormde vader en hoe die neerging toen hij zag dat neefje de deur open deed.

Vandaag ging weer even langs. Ik belde aan maar er werd niet opengedaan. Omdat ik nodig moest plassen en omdat ik de sleutel heb, ben in naar binnen gegaan. Na het plassen zag ik mijn nichtje op de bank liggen. Ze sliep. Diep hard en mooi. Ze zal het wel nodig hebben gehad.

Wat een onbegrijpelijk stukkie moet dit voor jullie zijn.

Maar goed. Ik ga morgen weer werken, hopelijk kan ik later deze week een dag vrij krijgen.

Misschien wel deel 1 van een serie.

“Goedemiddag, bouwbedrijf Huppeldepup, met de telefoniste.”

“Goedemiddag, SD Worx, met Richard Heuveling. Ik bel voor meneer Huppeldepup.”

“Meneer Huppeldepup is de rest van de week niet meer aanwezig. Kan ik een boodschap aannemen of belt u volgende week zelf nog een keer?”

“Vreemd. Ik heb net een mail gehad van meneer Huppeldepup dus ik dacht dat hij er wel was. Werkt hij misschien thuis? Heeft u een direct nummer voor me?”

“Ehm” stotterdestotter “Meneer Huppeldepup is bezig met de loonverwerking en wil daarom niet gestoord worden.”

“Daarover bel ik dus. De loonverwerking. Ik denk dat je het toch even moet proberen. Anders wordt hij misschien echt wel gestoord. Hahahaha!”

“U wilt meneer Huppeldepup aan de lijn vanwege de loonverwerking?”

“Ja.”

“Onze loonverwerking?”

Hier komt een verbeterpunt voor mijn communicatieve vaardigheden. Ik viel bijna een seconde stil voordat ik antwoordde. Maar gelukkig wist ik wel het goeie antwoord.

“Ja, jullie loonverwerking.”

 

Verwarde man.

Op het perron van station Almere Muziekwijk kun je alleen maar komen als je een pasje hebt, over het poortje klimt of achter iemand aan glipt.

Ik zag ‘m al voor ik door het poortje ging. Blote voeten. Continu één hand nodig om z’n broek op te houden want hij had geen broekriem om aan te halen. “Somaliër”. Toen hij niet meer in de weg liep kon ik er eindelijk door met mijn pasje.

In de trein zag ik ‘m weer. Hij liep heen en weer en ging soms even naast iemand zitten. Omdat niemand dat leuk vond stond hij dan weer op om daarna weer verder te dwalen.

Toen hij voor de zoveelste keer langskwam wees ik naar hem. “Kom es hier zitten?” klopte ik met mijn andere hand op de zitplaats naast me.

Hij kwam naast me zitten. Ik kon ‘m niet verstaan en hij stonk.

Na een minuut of 10 kwam de conducteur en vroeg me of hij z’n broek op ongepaste wijze omlaag had laten zakken of anderszins exhibitionistisch bezig was geweest.

“Voor zover ik heb kunnen zien niet” antwoordde ik naar eer en geweten. “Nou, toen ‘ie naast mij zat was ‘ie echt geen Kalashnikov aan het doorladen hoor” zei een blonde dame met Amsterdamse tongval.

Op station Naarden-Bussum heeft de conducteur hem eruit gezet. Hij moest naar Weesp namelijk.

De leven is kut.

Er gaat iemand dood. Een oud klasgenoot, kroeggenoot en stadiongenoot. Een soort vriend. Zo’n vriend waarmee je als 17 jarige stoned op Oost voor zes gulden naar een potje voetbal ging staan kijken.

Nu is hij 43 en zo ziek dat hij botten breekt zodra je ‘m aanraakt. Vanavond gaat hij onder de facebookpost over z’n leven op “Vind ik niet meer leuk” klikken.

11855617_1650049711907374_8710001179552911557_n

 

 

5 euro.

Mijn functie op het werk is (door middel van zoveel mogelijk te weten over het product wat we maken, of anders de mensen te kennen en te kunnen bereiken die meer weten dan ik, en door een beetje op de hoogte te zijn van wat nou salarisadministratie en HR enzo is) klanten helpen.

Zo overkwam het mij dat ik een klant hielp met een dringend probleem. Omdat de collega’s die ik normaal zou consulteren er niet waren en mijn zelfvertrouwen goed was, lukte het me om iets te doen waar de klant erg blij mee was. Een paar dagen later bleek dat ik oeps een foutje had gemaakt. Een eenvoudig te herstellen foutje. De klant had echter blindelings wat acties uitgevoerd waardoor het opeens een enorm drama leek. Achteraf viel het allemaal mee en is er geen materiële of financiële schade veroorzaakt, hooguit wat hartkloppingen en lichte paniek bij veel meer mensen dan nodig.

Het leverde me mijn allereerste (en tot nu toe enige) schriftelijke waarschuwing op.

Onterecht naar mijn mening, maar het ding zit nog altijd in m’n dossier.

Handelen in de geest van de heilige Customer Service, doen waar je goed in bent en alles uit de kast halen voor wat op dat moment nodig is en vervolgens op je kloten krijgen.

Daarom kon ik wel meeleven met de politieagent die een verdachte van inbraak na twee waarschuwingen keurig uitschakelde door middel van het schieten in een dijbeen. De agent was ter plekke en handelde zo goed als hij kon (2x waarschuwen, vanuit stilstaande positie gericht schieten), maar kreeg uiteindelijk een voorwaardelijke boete en een veroordeling tot het betalen van een schadevergoeding.

Ik ben geen jurist dus of dat terecht is of niet durf ik niet te zeggen. Het zal wel kloppen volgens de wet. Maar ja, zoveel geld betalen (meer dan een netto maandsalaris gok ik) is best kut als je denkt dat je lekker je best hebt gedaan op je werk.

Vandaar dat ik vanuit mijn onderbuik 5 euro heb overgemaakt voor die GeenStijl actie voor die agent.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 2.198 andere volgers